Waar is het midden van nergens?
Neefjes Leo (8) en Julius (10) zijn bij mij aan het logeren. Die twee zitten op de bank en terwijl ik de afwas doe hoor ik:
“Join je mij? Waarom niet. Doe niet zo flauw.”
“Hou op met mij te killen.”
“Ja, maar jij ging net dood om mij te klieren.”
“Tante Lara, wil jij met mij het piratenspel doen? Leo heeft een schoolbus met kinderen in het ravijn gereden en moet ze gaan redden.”
Als Leo en Julius bij mij logeren, krijgen ze onbeperkte iPadtijd en daar maken ze met grote dankbaarheid gebruik van. In de loop van het weekend worden hun ogen langzaamaan vierkant en de nek stijf van de klassieke mobiele houding. Maar stoppen… ho maar. Alleen voor een pannenkoek met stroop en poedersuiker leggen ze hun apparaat 30 seconden weg.
Wat ik eerder niet wist, is dat Leo en Julius sámen spelen. Allebei op een eigen apparaat: Leo op mijn oude telefoon en Julius op mijn oude iPad. Gewoon naast elkaar op de bank, allebei in Roblox.
Ze helpen elkaar met het bouwen van dorpen, geven elkaar granen en redden elkaar van enge vogels.
Tussen het killen en bouwen door vraagt Leo: “Tante Lara, waar is eigenlijk het midden van nergens?”
“Wow, Leo, hoe kom je daar nou bij?” (En wie zei dat iPadden dom maakt?)
Ik ben gek op de power van vragen. In mijn coaching maak ik daar dankbaar gebruik van. Eén goede vraag kan je hele kijk op iets compleet veranderen. Maar eerlijk is eerlijk: ik weet niet of ik dit niveau ooit ga overtreffen.
We zoeken het op via ChatGPT en die zegt dat als je weet waar het midden van nergens is, het alweer geen nergens meer is. Dus waar het dan wel is, dat weten we niet. We gooien nog wat breinkrakers op tafel waar we niet uitkomen: “Wat was er het eerste, de kip of het ei?” En mijn eigen hoofdpijnfavoriet: “Niets is zeker en zelfs dat niet.”
We proberen antwoorden te vinden tot we er een beetje koppijn van krijgen en Leo en Julius weer verdergaan met hun spelletjes en ik met de afwas.
“Tante Lara, mag ik nog een pannenkoek?”, hoor ik vanuit de woonkamer.
“Weer met stroop en poedersuiker?”
“Ja, graag.”
“En zullen we straks dan ook even naar de speeltuin gaan?”
“Ja, tante Lara, dat is goed. Nog even dit level afspelen.”
En zo zijn we ineens weer bij vragen waar we ChatGPT niet voor nodig hebben.
